Modules

ICT-basisvaardigheden

Het kunnen benoemen van functies van computers en computernetwerken.

Leerlingen werken op school tegenwoordig veel op computers/chromebooks. Toch ontbreekt regelmatig kennis over de basis applicaties zoals Google Drive, mailen, powerpoint, word en Excel.

Bij ICT-basisvaardigheden leren leerlingen omgaan met basisapplicaties zodat zij deze vaardigheden hun hele schoolcarrière lang eenvoudig kunnen toepassen.

Computational Thinking

Problemen op een zodanige manier formuleren dat het mogelijk wordt om een computer of ander digitaal gereedschap het probleem te laten oplossen.

Bij veel dagelijkse bezigheden kom je computational thinking tegen. Niet alleen op je smartphone en computer kom je dit tegen, maar ook bij het afrekenen van boodschappen of wanneer je staat te wachten voor een stoplicht.

In steeds meer functies op het werk is het belangrijk om de basis van computational thinking te kennen en hiermee zelfstandig aan de slag te gaan.

Mediawijsheid

Kennis, vaardigheden en mentaliteit die nodig zijn om bewust, kritisch en actief om te gaan met media.

Digitale media kom je overal tegen en omvat alles wat te maken heeft met nieuwe media, sociale media, internet en smartphones en hoe je hiermee om kunt gaan.

Mediawijze leerlingen kunnen bewust omgaan met allerlei soorten media en hebben de vaardigheden om deel te kunnen nemen aan de mediasamenleving

Informatievaardigheden

Je kunt een informatiebehoefte signaleren en analyseren, en op basis hiervan relevante informatie zoeken, selecteren, verwerken en gebruiken.

Op het internet is oneindig veel informatie vinden. Je typt iets in op Google en je krijgt miljoenen resultaten, maar niet alle informatie is juist en betrouwbaar. Soms moet je heel gericht zoeken om de juiste informatie te vinden.

Leerlingen gebruiken op school steeds vaker de computer op informatie op te zoeken. Ze beseffen ook steeds beter dat ze niet alle informatie zomaar gebruikt kan worden.

Pakketten

Module 1: ICT-basisvaardigheden

In deze module leert de leerling omgaan met de belangrijkste functies van een computer. Leerlingen gaan aan de slag met mailen, Google Drive, word en powerpoint.

Module 2: Robotisering

In tweede module wordt de basis van programmeren gelegd. Leerlingen leren hoe robots werken en hoe ze robots simpele taken kunnen geven door de robot te programmeren.

Module 3: Mediawijsheid

We gaan leerlingen leren hoe het internet werkt en hoe bedrijven inspelen op de behoefte van klanten. Leerlingen gaan vervolgens aan de slag met actuele thema’s zoals beeldvorming en nepnieuws.

Module 4: Programmeren

Leerlingen programmeren in deze module hun eigen game. Leerlingen werken elke week aan hun code en gebruiken de kennis die ze in de tweede module hebben opgedaan zodat ze aan het einde van de module hun eigen game kunnen presenteren.

Module 5: Virtual Reality

In deze module maken leerlingen kennis met de mogelijkheden omtrent Virtual Reality en de toekomst hiervan. We gaan onze eigen VR bril maken, gaan met verschillende apps een expeditie over de wereld maken en oefenen presentaties in een virtuele wereld met virtueel publiek. Aan het einde van de module begrijpen leerlingen hoe virtual reality werkt en wat de voor- en nadelen van virtual reality zijn.

Module 6: 3D printen

In de laatste module van het jaar gaan leerlingen zelf producten ontwerpen, programmeren en maken. Alle kennis van het afgelopen jaar komt hier bij elkaar. Leerlingen vertalen met behulp van software hun concept in een technische tekening. Vervolgens nemen ze het prototype onder de loep en verbeteren deze. Tenslotte produceren ze hun eigen product.